Wij Steunen: Academic Freedom

Wat drijft een geradicaliseerde geest. Wat gebeurt er wanneer iemand gaat haten en van vreedzaam burger verandert in een vechtmachine? Nu het onderwerp al langere tijd bijna dagelijks nieuws is, lijkt het van genoeg kanten belicht om een antwoord te formuleren. ‘Niet’, vindt antropoloog Younes Saramifar (36): ‘we zien de mechanismen, maar horen maar weinig van de werkelijke drijfveren.’ Een gesprek met een academicus die de militanten lijfelijk opzoekt.

08-09-2017 | 16:47

WAT JIJ DOET IS LEVENSGEVAARLIJK, WAT DRIJFT JE?
“Ik ben een kind van de oorlogsgeneratie in Iran. Mijn vader, microbioloog van beroep, werd vanuit onze woonplaats Isfahan de oorlog met Irak in gestuurd en kwam terug als een andere man. Hij werd sneller boos of agressief; hij leed. Ik groeide op met de oorlog, sancties en de dreiging van vijanden, terwijl ze ons op school op de volgende oorlog voorbereidden. Het gedachtengoed van de militante strijd was voor ons dus gewoon. Later, toen ik sociologie ging studeren, merkte ik dat er meerdere verhalen en perspectieven op één onderwerp zijn. Van alle keren dat ze mij er met mijn paspoort en uiterlijk uitpikten op een vliegveld leerde ik om niet boos, maar gefascineerd te zijn. Mijn vraag is wat iemand motiveert om lijden te veroorzaken en hoe kijkt een gewelddadig individu tegen lijden aan? Ik wil het weten, ook al loop ik het risico neergeschoten te worden. Het is mijn academische verantwoordelijkheid.”

WAT ONDERZOEK JE NU?
“Op dit moment twee zaken. Ten eerste The Politics of Memory, over hoe de oorlog Iran-Irak door veteranen wordt herinnerd en hoe deze herinnering wordt doorgegeven aan de nieuwe post-oorlog generaties. Deze herinnering bepaalt hoe de Iraniërs naar de toekomst willen kijken. Mijn tweede project heeft hiermee te maken. In het gevecht van Irak en Syrië tegen I.S. nemen veel jonge Iraniërs deel. Dat heeft ook te maken met deze herinneringen aan de oorlog van toen. Het bepaalt hun kijk op hoe je je moet gedragen, waarom je oorlog moet voeren en wat een goede soldaat van god is. Deze herinneringen doen er dus toe, ze spelen nu  een rol in de opkomst van nieuwe soldaten binnen het Sjiitische Midden-Oosten. Ik ga naar ze toe en luister naar hun motieven en verhalen.”

JE BENT LETTERLIJK EEN VELDWERKER
“Ja, ik ben etnograaf. Dus ik ga het veld in en breng veel tijd door met mensen. Ik zie hoe ze erin zijn gerold, dat het normale mensen zijn, dat ze honger hebben, verlies ervaren, verliefd worden en vaak niet eens sterk religieus gedreven. Ik teken een ander verhaal op dan politicologen en journalisten doen. Een verhaal dat niet iedereen wil horen. In het archief zie je me weinig. Ik kom net terug uit Irak en deze winter ga ik weer naar Syrië.”

JE MOET NIET BANG ZIJN AANGELEGD, MOEDIG ZELFS
“Ik vertel mijn studenten altijd: ik ben een beetje vreemd, en ik ben blij dat ik dat ben. Door de dingen op een ongewone manier te benaderen ben ik in staat om verhalen te vertellen die maar weinigen horen.”

HOE ZIE JE JE TOEKOMST?
“Academic Freedom stelt me in staat om te bestuderen wat anders moeilijk of niet te doen is. Ik heb daarbij het geluk dat mijn achtergrond me helpt. Militanten vertrouwen me, en ik voel het als mijn taak om dit te doen. Dus ik wil graag door. Ik heb genoeg data om de komende jaren te publiceren en ik hoop dat mijn onderzoeksvoorstellen worden gehonoreerd om door te kunnen.”