Profiel: Mike Nurmohamed, hoogleraar reumatologie

Een reumatoloog met één been in de patiëntenzorg en het andere in wetenschappelijk onderzoek, drie werklocaties, als je thuis niet meerekent, en een buitengewone interesse in zowel patiënt als de nieuwste ontwikkelingen in het vak. De ideale dokter, met een navenante agenda. Toch is er ook nog tijd voor een kort interview met dit verenigingslid.

06-07-2018 | 15:29

HOE BEN JE IN DE REUMATOLOGIE VERZEILD GERAAKT?
Ik ben midden jaren 80 begonnen bij vasculaire geneeskunde van het AMC met mijn doctoraalonderzoek naar nieuwe geneesmiddelen tegen trombose. Maar ik kwam steeds verder van de patiënten af te staan. Ergens in 1992 had ik met een goede vriend tot diep in de nacht een gesprek over waar het nou eigenlijk om gaat. En ik besloot die nacht om ook weer te gaan werken voor patiënten. Een klinisch farmacoloog zette mij toen op het spoor van de reumatologie. Ik heb de interne vooropleiding gedaan. Heel erg. Je weet niks en je kan niks. Ik kwam binnen als gepromoveerd broekie en iedereen zette mij op m’n plek. Dat was drie jaar. Daarna nog drie jaar de specialisatie tot reumatoloog.

Mike NurmohamedWAT IS JE HOOFDONDERWERP IN ONDERZOEK?
Ik onderzoek cardiovasculaire comorbiditeit bij reumatische ziekten. Eind jaren 90 viel op dat patiënten met gewrichtsreuma heel vaak last kregen van hart- en vaatziekten en er ook aan stierven. Dat zijn we gaan onderzoeken en er bleek inderdaad een verband. Gewrichstreuma  is een ontstekingsziekte. Van hart- en vaatziekten weten we tegenwoordig dat daar ook ontsteking aan ten grondslag ligt. Mensen met deze aandoening hebben dus een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, maar ook bij de ziekte van Bechterew en psoriasispatiënten met artritis bestaat dat verband, ook omdat daar ontsteking een belangrijke rol speelt. 

EN DAN PATIËNTENZORG NOG
Ja, dat doe ik bij Reade in het Zaans Medisch Centrum. En op dinsdagochtend hier op de VUmc poli. Drie werkplekken is wel wat veel. Idealer zou twee zijn. Maar ik vind het ook leuk, die druk. Het houdt je scherp. Living on the edge. En het kan ook grappig zijn. Zo ben ik op 1 juli 1994 gepromoveerd en getrouwd. En in 2015 hield ik mijn oratie op mijn verjaardag.

IS HET NIET TE VEEL?
Ik ben heel wat tijd kwijt aan processen. Het patiëntenregistratiesysteem dat behoorlijk wat extra administratieve belasting betekent; allerlei regelgeving binnen het wetenschappelijk onderzoek. Alles moet meetbaar zijn, geregistreerd worden. Er blijft minder tijd over voor de inhoud. Ik was laatst een week op een congres, alleen maar inhoud, en daar krijg ik dan ontzettend veel ideeën en energie van. Dan kom je weer terug en dan is dat toch wel zwaar. Ik zie wel allerlei kansen, maar van alles wat ik bedenk kan ik misschien maar dertig procent verwezenlijken.

HOEVEEL UREN ZITTEN ER IN EEN WERKDAG?
(denkt even na) Ja, dat zijn er toch minimaal 12 per dag. Daar komt het wel op neer. Het gaat ook alleen maar als je dingen afmaakt. Als ik op een dag patiënten zie, dan moet dat ’s avonds ook echt helemaal klaar zijn. Anders is het niet vol te houden, dan kan ik de volgende dag niet volledig door met iets anders.

WAAR LIGT DE TOEKOMST IN JE VAKGEBIED, OF IN DE ZORG?
De robotica heeft al z’n intrede gedaan in de operatiekamers, maar dat gaat in de volle breedte van de zorg een nog veel grotere rol spelen. Analyseprogramma’s die je werk uit handen nemen. Patiënten die al heel goed weten wat ze mankeert en waar je samen de beslissing over een behandeling neemt. We kunnen wel heel veel, maar wat voegt het toe aan de kwaliteit van leven? En op mijn vakgebied? Reuma is een ontstekingsziekte. Ontstekingsmechanismen kunnen ook een rol spelen bij depressie en vermoeidheid en daar hebben onze patiënten ook last van. Wat we willen onderzoeken is of op microscopisch niveau dezelfde macrofagen een rol spelen bij depressie. Sommige anti-reumatica lijken ook te werken tegen depressieve klachten. Dus dat is een nieuwe onderzoekslijn waar ik graag meer mee wil.