Afscheidsinterview Willem Schoonen

Na bijna zeven jaar neemt Willem Schoonen afscheid van zijn functie als voorzitter van VUvereniging. Zelfkritisch kijkt hij terug op een intensieve periode. Maar de blik is ook nog steeds gericht op de toekomst.

08-07-2020 | 13:03

Eerst over hoe we hier zitten?
“We zitten hier netjes op gepaste afstand van elkaar op een bijna uitgestorven campus. Voor een onderwijsgemeenschap als de Vrije Universiteit is dit een dramatische verandering. De mensen kunnen niet of nauwelijks bij elkaar komen. Alles moet anders.
De verandering is voor mij veel minder groot. De krant (Schoonen is wetenschapsjournalist bij Trouw – red.) kunnen we maken op alle plekken waar we willen zitten, dus dat maakt niet uit. En ik heb geen kleine kinderen meer die door het huis rennen. COVID-19 heeft natuurlijk wel impact op de krant. Er is veel informatiebehoefte en alle wetenschappelijke informatie over het virus is op dit moment uitstekend toegankelijk. Deze tijden zijn voor de krant fantastisch.”

Hoe kijk je terug op je periode bij VUvereniging?
Willem Schoonen“Het is een fascinerende periode geweest, maar ik vond het ook erg moeilijk. En ik weet niet of ik heel tevreden moet zijn over het algemeen.
Het huidige bestuur is aangetreden in 2014. Daar is een reorganisatie van de vereniging aan vooraf gegaan. Dat was nodig omdat de vereniging teveel vervlochten was geraakt met de instellingen. Ze had geen eigenstandige positie meer en werd verwaarloosd. Als een reliek uit het verleden dat in deze tijd geen waarde meer had. Er was een bestuur nodig dat bestond uit de instellingsbestuurders VU en VUmc, maar ook uit drie onafhankelijke bestuurders. Dat waren Duco Stadig, Inger van Nes en ik. Inger viel helaas uit door een ongeval en is later opgevolgd door Wieneke Groot.”

Welke zaken heb je als positief ervaren?
“In het begin was het rommelig. Geldpotjes en fondsen die her en der verspreid waren, geldstromen naar projecten en leerstoelen, de begroting en jaarrekening. Dat is met name door Duco op orde gebracht. Ik heb me vooral gericht op de inhoud, met als belangrijkste klus de herformulering van de grondslag. Dat is belangrijk geweest omdat het zegt waar VU en VUmc voor staan zonder te volstaan met een simpele verwijzing naar de bijbel. Het legt uit waar de instellingen en de vereniging naar streven en doet recht aan de religieuze en etnische verscheidenheid die je hier op de campus ziet. Precies hierom ben ik als niet VU-man gevraagd. Trouw is een voorbeeld van een succesvolle transitie van een verzuilde naar een meer seculiere samenleving zonder de identiteit te verliezen. De vereniging zei: kom dat ook hier doen.
Er is ook nog wel iets anders goed gegaan. Door de verwaarlozing en vervlechting van de vereniging met de instellingen was de relatie met de Ledenraad enorm verzuurd. Men werd niet serieus genomen en had geen invloed op de agenda van de vereniging. Dat is veranderd. Er kwam weer een open gesprek over wat er gebeurde bij de VU en het VUmc en de stem van de Ledenraad werd weer meer gehoord. 
Een project waar ik met genoegen op terugkijk is de minoropleiding Peace and Conflict Studies. Toen in 2015 de Nationale Wetenschapsagenda werd opgestart, hebben we leden van VUvereniging gevraagd daarvoor onderwerpen te suggereren. Iemand kwam met de vraag ‘waar komt het kwaad vandaan’. Tja, daar wordt al twintig eeuwen over nagedacht. Maar Duco en ik zijn daarmee de boer opgegaan en op een bepaald moment zaten we met dertig VU-hoogleraren om tafel die allemaal op een of andere manier met dit onderwerp bezig waren, maar het van elkaar niet wisten. Frank van der Duyn Schouten kwam toen met het idee om die te verenigen in een nieuwe minoropleiding. Het onderwerp past heel goed bij de identiteit van de VU. Een impuls aan onderscheidend onderwijs. Ik wist alleen niet wat een ongelofelijke exercitie in tijd en geld dat is. We hebben daar een ton in gestoken en de opleiding is inmiddels een prachtig succes geworden. Er zijn meer aanmeldingen dan plaatsen.”

Hoe ga je om met wrijvingen?
“Mijn samenwerking met Duco is hierin erg vruchtbaar geweest. Duco is gepokt en gemazeld in de bureaucratie en politiek en dat ben ik dus helemaal niet. Ik ben geen politiek dier en ook geen bestuurder. Bureaucratie ken ik helemaal niet en ik kan er ook slecht mee omgaan. Daarom was die samenwerking zo goed. Hij hield zich vooral bezig met het proces en ik met de inhoud.

We hebben zeker in het begin met de bestuurders van de instellingen discussies gehad over het belang van de vereniging. Dat ging er wel eens pittig aan toe. VU en VUmc zijn weliswaar als bijzondere instellingen geboren uit een privaat gefinancierd initiatief in een gereformeerde zuil, maar we leven inmiddels in een totaal andere tijd. De relevantie van die bijzondere herkomst is nu veel minder duidelijk zichtbaar. Als je het plat wilt zeggen: de universiteiten zijn meer dan voorheen inwisselbaar. Heel anders dan bijvoorbeeld bij de media, daar is een heldere identiteit van levensbelang. Voor een universiteit kun je je dat afvragen, daar is dat belang minder evident.”

Wat is dan het belang van die identiteit?
“Het is niet zo dat met de ontzuiling en secularisatie de behoefte aan verbanden, binding en identiteit verdwenen is. Het is een basaal menselijke behoefte. Mensen vinden het heel belangrijk dat je herkenbaar bent en duidelijk laat zien waar je voor staat. Dat zie je ook bij merken, bedrijven en organisaties. Neutraal is de dood. Iedereen wil zich ergens aan binden, dus het is ook voor een universiteit belangrijk om die identiteit te laten zien. En dat is bij grote instellingen als VU en VUmc nog best ingewikkeld. De breedte van wat je doet is immens en niet overal is identiteit daarbij leidend of goed te profileren.”

Wat vond je de afgelopen jaren lastiger?
“Het grootste pijnpunt is dat de vereniging nog steeds een grote onbekende is op de campus. Daar is wel verbetering in gekomen, denk ook aan de huidige programmering van De Vrije Wereld, maar het gaat heel langzaam. Elk jaar heb ik contact met zo’n twintig mensen die een subsidie aanvragen. Ik heb altijd gedacht dat dat voldoende was, dat dat vanzelf massa zou krijgen, maar dat is misschien helemaal een verkeerd idee. Ik heb nooit aangekoerst op een massieve verbetering van de bekendheid van de vereniging en dat is denk ik fout geweest. Dat is jammer, omdat de vereniging een tastbaar onderdeel is van de identiteit. Daar zou iedereen van moeten weten.”

Je spaart jezelf niet.
“Dat heeft ook te maken met mijn vak. In de journalistiek ben je zelf je belangrijkste criticus. Je leest wel elkaars stukken, maar als je echt verder wilt komen dan moet je zelfkritisch vermogen ontwikkelen. Het is net als bij schaken: heel veel schakers zien de zwakke plekken in de stelling van een tegenstander, maar écht goede schakers zien de zwakke plek in hun eigen stelling. Wat niet wil zeggen dat ik mezelf nou zo goed vind.”

Hoe zie je de toekomst van VUvereniging?
“We bewaken de bijzondere identiteit van de instellingen. Dat kan alleen als het belang daarvan wordt gedragen. We hebben geen wettelijke opdracht, geen controlerende bevoegdheden en geen sanctiemiddelen. Het moet gaan om het gezamenlijk gevoel dat we onze identiteit belangrijk vinden.
En wat de bekendheid van de vereniging betreft gaat het mij niet om het ledenaantal, maar om de natuurlijke verbondenheid die studenten en medewerkers zouden moeten voelen bij de naam VUvereniging. Er wordt nu nagedacht over een impuls in fondsenwerving en een direct samenwerkingsverband met alumnirelaties van de VU. Een goede ontwikkeling. Als er op die manier een grotere basis wordt gebouwd kunnen we weer kansen creëren.”

Wat zou je de verenigingsleden nog willen zeggen?
“Ik zou niet zozeer iets willen zeggen tegen leden van de vereniging maar tegen de instellingen en hun bestuurders. Ze mogen zich gelukkig prijzen een vereniging te hebben, die veel andere universiteiten moeten missen. VU en VUmc zijn betrokken instellingen en hebben allerlei banden met de samenleving, in onderwijs, in onderzoek en in de zorg. VUvereniging is een extra band, met een bijzondere toegevoegde waarde.”


Willem Schoonen hoopt tijdens de Ledenraad van 26 september de voorzittershamer over te dragen aan zijn opvolger. In de volgende nieuwsbrief besteden we hier uitgebreider aandacht aan.