De VUvereniging als beschermingsmuur is nodig

Dit najaar neemt Duco Stadig afscheid van zijn bestuursfunctie bij de VUvereniging. Na acht productieve jaren blikt hij terug.

08-10-2021 | 16:03

Duco StadigHOE IS HET ALLEMAAL BEGONNEN?
“Toen in 2012 de VUvereniging juridisch gesplitst werd en de Stichting VU / VUmc een feit werd moest de VUvereniging als zelfstandige entiteit met eigen leden en eigen kapitaal ook een eigen bestuur aanstellen, met drie buitenleden en twee voorzitters van de instellingen. In 2014 werden Willem Schoonen, Inger van Nes en ik, samen met Jaap Winter (vz. CvB VU) en Wouter Bos (vz. VUmc) aangesteld als bestuur van de vereniging. We moesten zelf bedenken wat dat betekende en hoe het vormgegeven moest worden. We hebben een hele nieuwe start gemaakt.”

WAAR KWAM JE VOOR TE STAAN?
“De eerste echte opgave was de formulering van de grondslag. Die sprak niet meer aan en deed geen recht aan de samenstelling van de personeels- en studentenpopulatie. We hebben toen een heel breed traject ingezet met bijeenkomsten met leden in het land en op de universiteit. Zo zijn we tot een nieuwe formulering gekomen en die is in 2015 ook door de VU en het VUmc in hun doelstellingen overgenomen. Die grondslag geldt nog steeds en spreekt een heel breed publiek aan. Dat is een belangrijk ding geweest vind ik.”


ZIJN ER ANDERE ZAKEN WAAR JE MET GENOEGEN OP TERUGKIJKT?
“Ja, in die tijd was de vereniging financieel en administratief eh… (aarzelt), nou ja, laat ik zeggen: het was een zeer onoverzichtelijk geheel. Overal waren er fondsen en er waren drie subsidieloketten. Onze balans en jaarrekening waren ook voor mijzelf niet begrijpelijk. Onleesbaar eigenlijk. Dus ik heb er veel tijd ingestoken, een heleboel fondsen gesaneerd, bij elkaar gevoegd of het geld uitgegeven aan het doel waar het voor bestemd was. Voor de subsidies hebben we jaarlijks ongeveer een miljoen te besteden. Er is nu één loket en er wordt één geïntegreerde afweging gemaakt. Als je nu de jaarrekening bekijkt zie je in één oogopslag aan welke projecten het geld wordt uitgegeven. Het loopt goed en dat zijn zaken waar ik heel erg blij van wordt.”


DE SUBSIDIES ZIJN BELANGRIJK EN GEZICHTSBEPALEND.
“Ja, maar vergeet niet die andere rol, de governance. Dat betekent dat de raden van toezicht niet door de minister worden benoemd, maar dat onze Ledenraad daar een doorslaggevende stem in heeft. Bij de andere universiteiten doet de minister dat. Dat kan ook wel, maar stel je voor dat er op een gegeven moment een uiterst rechts kabinet komt. En daarbij een minister van onderwijs die hele andere toezichthouders gaat benoemen. Ik zou het niet willen, maar het is niet ondenkbaar. En dat is de waarde van de VUvereniging, dat dat bij ons niet kan. Wij zijn autonoom. De VUvereniging als beschermingsmuur is nodig. Dat is ook iets om voor te vechten.”


JE HEBT OOK EEN ROL GESPEELD IN DE VERRIJKING VAN HET ONDERWIJS.
“Na de aanslagen in Parijs in 2015 dacht iedereen: wat is hier aan de hand, en wat kunnen we eraan doen? Dat is nou iets waar je de wetenschap op moet zetten, dachten Willem Schoonen en ik. Het gaat bijvoorbeeld over mensen, psychologie, massapsychologie, religie, ongelijkheid in inkomens, politiek. Al die disciplines moeten bij elkaar komen om dat hele brede palet te kunnen duiden. We hebben toen dertig wetenschappers van de VU bij elkaar weten te brengen en dat heeft geresulteerd in een minor opleiding Peace and Conflict Studies (PACS). Met groot succes; elk jaar melden meer dan 100 studenten zich aan. Als je die minor hebt gevolgd, dan heb je een brede kijk op het hele veld gekregen. Dat is geweldig, en ook typisch iets voor de VU.”

HOE ZIE JE DE TOEKOMST VAN DE VUVERENIGING?
“Het is goed zoals het nu gedefinieerd is: een goed doel, een beschermingsmuur om de instellingen heen en een brugfunctie tussen maatschappij en wetenschap. Het zou leuk zijn om er een heleboel leden bij te krijgen. We hebben nu een voorzitter die er alles voor in huis heeft om dat te laten lukken. Om die rol van beschermingsmuur te kunnen blijven spelen heb je een grote achterban nodig. Een draagvlak met maatschappelijke kracht en waarde.”