Wij steunen:

De Dienst Pastoraat en Geestelijke Verzorging (PGV)

VUvereniging ondersteunt vele projecten. We lichten er in elke nieuwsbrief een toe. Deze keer: De Dienst Pastoraat en Geestelijke Verzorging

Blijf ik in leven of ga ik dood? Word ik ooit nog beter? Met deze fundamentele levensvragen worden patiënten in het VUmc ziekenhuis dagelijks geconfronteerd. Het is de taak van de geestelijk verzorgers van de Dienst Pastoraat en Geestelijke Verzorging (PGV) om ondersteuning te bieden bij het bespreken van deze vragen. Binnen de dienst PGV van het VUmc werken zes geestelijk verzorgers van verschillende religieuze achtergronden. Het werk van deze dienst wordt al jaren mede mogelijk gemaakt door de steun van VUvereniging. Maar waarom is de steun zo belangrijk? VUmc kinderarts Harrie Lafeber en Bert de Kleijn, partner van een overleden patiënt, vertellen hun eigen persoonlijke verhaal over het belang van de geestelijke verzorging.

Kinderarts Harrie Lafeber
“Uw kind zal doof zijn, uw kind zal blind zijn, en zal nooit signalen kunnen uitgeven aan een ander.” Deze boodschap, dat een ongeboren kind geen menswaardig bestaan zal hebben, heeft kinderarts Lafeber van de afdeling Neonatalogie binnen het VUmc helaas al vaak moeten uitspreken. Om artsen en patiënten te begeleiden bij het brengen van deze mededeling wordt er een geestelijk verzorger ingezet. In de 25 jaar van zijn loopbaan is de rol van deze geestelijk verzorger nog steeds onmisbaar. 

Lafeber: “Het is niet meer zoals vroeger dat de geestelijk verzorger uitmaakt wat er gebeurt, maar ze spelen nog steeds een belangrijke rol bij het bieden van steun en helpen bij het contact tussen arts en ouders.” Volgens Lafeber hebben technologische ontwikkelingen als de MRI scan en de 20 weken echo er toe bijgedragen dat ouders meer begrip kunnen opbrengen voor een keus van artsen.

Geloof speelt soms een belangrijke rol bij de acceptatie, het is de rol van een geestelijk verzorger om hierin ondersteuning te bieden. “Met name bij sommige Surinaamse christenen kan een familielid soms zeggen: ‘Ik voel dat het nog niet voorbij is, en we moeten bidden voor dit kindje want het komt toch allemaal goed? Ik voel het!’. Dat komt heel veel voor en in dan is hulp van in dit geval, een dominee, echt onmisbaar voor ons om te bemiddelen.”

Kinderarts Harrie Lafeber
Anita Edrigde Fotografie
In 90 procent van de gevallen schakelt Lafeber de hulp van de imam in. “Wij zijn gezegend met een fantastische imam hier bij de VU. De meeste Imams zeggen ‘Allah zal het wel beschikken en de arts mag niet over leven en dood bepalen.’ Punt. Klaar. Onze imam is verstandig en die zegt: ‘Ja, Allah zou misschien uiteindelijk beslissen, maar laten wij met zijn allen bidden voor de wijsheid van de dokter’. En dat doet hij zo goed. Wat hij probeert duidelijk te maken is dat je als arts de kennis hebt om een leven dat niet op gang komt tijdelijk te helpen of te corrigeren en dan weer vrij te geven voor herstel.”

Een geestelijk verzorger is er ook om artsen zelf voor te lichten: “Geestelijk verzorgers kunnen je als arts terecht wijzen en zeggen: ‘Ho, je loopt nu veel te hard van stapel.’ Ze kunnen ook kijken of jij als arts moeite hebt omdat je toch met je hart voelt dat je twijfelt. Ook mensen in het team kunnen soms steun nodig hebben.”


Bert de Kleijn
Bert de Kleijn maakte de dienst van een hele andere kant mee. Hij heeft ervaren hoe de geestelijke verzorging zijn man begeleidde tijdens zijn laatste dagen. Het is nog maar twee jaar geleden dat zijn partner, die ook Bert heette, plots te horen kreeg dat hij terminale kanker had. Tijdens deze heftige fase, waarin het stel nog snel trouwde in het ziekenhuis, bood de geestelijke verzorging steun en hulp. “Het is vooral echt het kunnen luisteren en horen wat er wordt gezegd. Het zijn niet de zinnen die ze zeggen, het zijn niet bepaalde handelingen of een mimiek, het is het geheel en daar kan je niet om vragen of van tevoren verwachten”, aldus Bert de Kleijn.

"Er komt op een donderdag iemand binnen wandelen. Op een rustige manier, niet dwingend. Je hebt op dat ogenblik, zeker als je net in het ziekenhuis bent, eigenlijk helemaal geen behoefte om te praten met een vreemde. Er zijn zoveel emoties. Je staat er echt niet bij stil om een buitenstaander te bellen.” 

DienstPastoraatAchteraf bezien constateert Bert, dat het contact spontaan en natuurlijk verloopt. “Dat is het mooie, dat de geestelijk verzorgers gewoon aanwezig zijn hier. Niet dwingend en niet dringend, maar het is er.” Juist als buitenstaander bieden ze verlichting: “Jij kan diegene die je lief hebt tot rust brengen, maar als iemand net dat ene zetje ook nog kan doen, dan kan het net vaak de goede kant op vallen. Af en toe is het een andere geestelijk verzorger, want je ligt daar zo lang. Maar ze zijn allemaal even rustgevend.”

Dertig jaar geleden is Bert zelf ook ernstig ziek geweest. Hij had toen geen geestelijke verzorging, maar ziet nu wat hij gemist heeft. “Als er 30 jaar geleden iemand bij mij aan bed was geweest, was het muntje veel sneller gevallen: dan had ik me gerealiseerd dat je veel verder kijkt naar je toekomst, dat er wel kansen en mogelijkheden zijn en dan zou ik veel rustiger zijn geweest, ja, dat beslist. Er was toen veel meer onrust, paniek en angst.” Geestelijke verzorging is er voor iedereen. Bert: “Aan het einde van de rit, is het niet zo belangrijk of je gelooft, maar is het vooral belangrijk dat er iemand tegenover je zit die een soort leidraad kan geven waar je je aan kan vasthouden.”