Angst en vertrouwen in de theologie

18 september 2016


In het goedgevulde kerkje in Kortenhoef sprak Ernst Boogert, promovendus van de Protestantse Theologische Universiteit aan de VU over angst en vertrouwen in de theologie. De eerste lezing in de serie angst en vertrouwen.
Enige gedeelten uit zijn lezing met de titel Petrus: Rots om op te staan?!

“Wie over ‘angst en vertrouwen’ wil spreken, begint in onze tijd aan een waagstuk. Wie beide in relatie wil brengen én zien met de theologie, die begint − ik zou bijna zeggen − aan een halszaak. Het is daarom verbazingwekkend dat de organisatie van deze (..) lezingen bij uitstek een jonge theoloog heeft uitgenodigd om hier tekst en uitleg bij te geven – ook in de meest letterlijke betekenis van deze woorden: teksten (Bijbelteksten) en hun uitleg.

Wanneer het over het vermeende verband tussen ‘angst’ en ‘religie’ (christelijk of niet) gaat, dan weet de gemiddelde opiniemaker in onze dagen daar wel raad mee. In zijn boek God is not great vertelt de schrijver Christopher Hitchens een opmerkelijke anekdote: In Noord-Ierland (waar de godsdienstige spanning tussen protestanten en katholieken tot op de dag van vandaag voelbaar is), wordt een man tegengehouden bij een wegversperring. “Protestant of katholiek?” klinkt de vraag van de soldaat. “Atheïst!” grijnst de man, waarop de soldaat zich herneemt en bars vraagt: “Een protestantse of een katholieke atheïst...?”
Het kan zomaar als een bewijs gaan gelden dat godsdienst inderdaad leidt tot geweld en terreur.
Echter naar mijn mening zijn deze cirkels en conclusies te groots en te weids. De meest nabije relatie van ‘angst’ is namelijk niet ‘godsdienst’. Integendeel, ‘angst’ en ‘vertrouwen’ zijn relationele en daarom voluit persoonlijk gekleurde begrippen. Beide drukken je relatie tot iets of iemand uit. Die relatie verschilt van persoon tot persoon. Voor de één staat ons samenzijn ver af van ‘angst’ en wordt eerder geassocieerd met woorden als ‘fijn’, ‘gezellig’, ‘zinvol’, et cetera”.
 
Volgens de dikke Van Dale betekent ‘angst’: een gevoel van beklemming en vrees, veroorzaakt door een (wezenlijk of vermeend) dreigend onheil of gevaar; dit blijkt in een tweede betekenis zelfs te kunnen uitgroeien tot algemeen gevoel van bedreigdheid of onveiligheid, m.n. levensangst, hoewel we dan het terrein van de psychologie betreden.
Het eerste ligt wat betekenis betreft heel dicht bij de Griekse woorden φόβος (phóbos = angst, vrees) en φοβέομαι (phobéomai = angstig zijn). Door Louw & Nida wordt de betekenis van deze woorden gedefinieerd als: “een toestand van ernstige nood, dat opgeroepen wordt door een intense bezorgdheid vanwege dreigende pijn, gevaar, kwaad etc., of mogelijk door de illusie van dergelijke omstandigheden – oftewel: ‘angst’”

‘Angst’ blijkt dus de tegenpool van ‘vertrouwen’ te zijn. Waar vertrouwen verdwijnt, verschijnt angst. Een heel tekenend voorbeeld uit het leven van Petrus is wanneer Petrus op basis van de uitnodiging van Jezus uit het schip op het water stapt. Wanneer hij echter zijn oog afwendt van Jezus en naar de ruige golven begint te kijken, verliest hij het vertrouwen en zinkt hij weg in de golven. Maar, te midden van deze ‘angst’ hervindt hij het vertrouwen en roept Jezus om hulp.
Op dit punt vinden we een zo kenmerkende karaktertrek van het christelijke geloof: angst en vertrouwen bestaan tegelijk! Angst is ingekaderd in vertrouwen!””

Meer lezen?
De gehele lezingen kunt je online en in pdf nalezen.

Foto’s: Annette Kempers