Duurzaamheid, een vanzelfsprekende dimensie van het geloof?

Op 30 november hield Peter-Ben Smit, hoogleraar theologie aan de VU, een lezing in de Jachtlaankerk te Apeldoorn over Geloof en duurzaamheid. Een terugblik:
 
Peter-Ben SmitWe leven in het tijdperk van, wat heet, het anthropoceen: de mens bepaalt de natuur. De mens is vaak gezien op een manier waarbij deze ver afstaat van de natuur. Dat kan ook zitten in het begrip ‘rentmeester’, dat de mens als beheerder buiten het geheel van de natuur plaatst.
 
Met Bartholomeus, de Patriarch van Constantinopel, kunnen we zeggen dat de mens onderdeel is van de natuur en de natuur als geschenk heeft. Via Christus ontmoeten God en mens elkaar; deze ontmoeting impliceert de schepping. Met de doop van Jezus in de Jordaan wordt de hele schepping geheiligd.
 
Deze verbinding verklaart waarom volgens de Patriarch de ecologische problemen van vandaag vooral van spirituele en religieuze aard zijn. Oplossingen aandragen voor de opwarming van de aarde is een zaak van trouw aan God, de mensheid en de schepping. De eucharistische dankzegging onderstreept een ontvangende houding terwijl een ascetische houding ruimte laat voor de ander en zijn/haar levensbehoeften en in tegenspraak is met een nadruk op consumeren. Beide aspecten sluiten de communio, de gezamenlijkheid, in.
 
De milieuproblemen dienen opgelost te worden door middel van de dialoog en het samen optrekken van verschillende geloofsrichtingen en wetenschappelijke disciplines. De Patriarch heeft vanuit deze gedachte al diverse bijeenkomsten georganiseerd, waarbij concrete milieudreigingen centraal stonden. In 2014 was hij in Nederland en had ontmoetingen met allerlei religieuze en maatschappelijke leiders.
 
In het theologisch denken en de manier waarop men gelooft en viert zien we tegenwoordig dat het persoonlijke aangevuld wordt met het sociale, waarbij gezamenlijkheid en sociale gerechtigheid aandacht krijgen. De schepping zou hieraan toegevoegd dienen te worden als derde element; dit is een nog onderontwikkeld aandachtsveld. Door de schepping te vieren worden we ons bewust van onze relatie met de schepping. Duurzaamheid wordt dan een ‘vanzelfsprekende’ dimensie van het geloof.
 
Het natuurlijke en geestelijke horen bij elkaar. We kennen in de protestantse kerk een onderscheid tussen de kerkenraad en het college van kerkrentmeesters. Maar de agenda van de een staat niet los van de ander. God heeft te maken met de allerdagelijkste dingen. Dat komt – om een voorbeeld te geven - tot uitdrukking in het gebruik dat we in sommige plaatselijke kerken aantreffen om de gaven voor de voedselbank te midden van de gemeente aan God op te dragen. Ook het materiële beheer (geld en goederen) van de kerk is verbonden met de waarden die we expliciet of impliciet belijden en vieren. Dat is de basis voor een dialoog over wat duurzaamheid voor ons betekent, zowel intern als extern.

De lezing werd georganiseerd in samenwerking met de Jachtlaankerk in Apeldoorn en de werkgroep Duurzaamheid van het Apeldoorns Beraad van Kerken.

Verslag: Teun Wolters